Synopsis van nr. 17 

Sprokkelingen IV: Ongewenste nonnen en ontuchtige paters

   Verstrepen (Hugo), Deser Stadts lasten door de menighvuldigheijt des Cloosters. De franciscaanse slotzusters kregen in het zeventiende-eeuwse Mechelen tweemaal te horen dat men alhier nyet en sal admitteren een clooster van de Annonciaeten  in  .MHT (Mechelse Historische Tijdingen. E-zine voor geschiedschrijving over de stad en heerlijkheid Mechelen), nr. 17 (Sprokkelingen IV: Ongewenste nonnen en ontuchtige paters, Mechelen, juli 2021, pp. 5-23, [online], <http://www.mechelsehistorischetijdingen.be/artikels/PDF/17.pdf>. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog zochten vele kloosterlingen de veiligheid binnen de stadsmuren op, maar ook dat was relatief, want daar was men te dicht bij oorlogsgebied en ginder was de lucht te slecht… In het meer centraal gelegen Mechelen was het – na de Furies van de zestiende eeuw toch – beter toeven, maar de plaats was er beperkt en de stad was al chargee de grand nombre de cloistres et maisons pieuses. En dus begon het stadsmagistraat de aanvragen te weigeren, zeker voor de contemplatieven, waar men weinig aan had. Ze wilden zeker niet meer molestations de quettes et aumosnes. In 1629 probeerden de annonciaten (franciscaanse slotzusters) dan ook vergeefs vanuit Antwerpen een nieuw klooster in Mechelen te stichten en de overbrenging der Tiense annonciaten in 1643-'44 kwam uiteindelijk ook niet tot stand.

   Verstrepen (Hugo), Het gevaar van drank en vrouwen. Schandaaltjes bij de Mechelse dominicanen in de 17de en 18de eeuw  in  .MHT (Mechelse Historische Tijdingen. E-zine voor geschiedschrijving over de stad en heerlijkheid Mechelen), nr. 17 (Sprokkelingen IV: Ongewenste nonnen en ontuchtige paters, Mechelen, juli 2021, pp. 25-60, [online], <http://www.mechelsehistorischetijdingen.be/artikels/PDF/17.pdf>. De uit Den Bosch gevluchte dominicanen hadden een betere voorspreker en mochten nog een mooi stuk van aaneensluitende huizen opkopen. In Het Predikheren is nu de nieuwe stadsbibliotheek, maar ooit moesten de paters in die wijk dan weer op hun hoede zijn voor de proxima cohabitatio sexus feminei, quae semper periculosa. En soms bezweek er wel eens een aan de verleiding van vrouwen of drank (zoals een oude pater – bijna jubilaris – die met kwezels en begijnen ging dansen en al zijn geld aan goed eten en vooral veel drinken verbraste, veel last bezorgde met zijn ontlasting – waarbij hij zijn bloot gat liet zien – en in de gracht viel [al was dit een spotdicht] of een jonge pater die moest verplaatst worden omdat hij na zijn tijd als legeraalmoezenier la frequentation scandaleuse de certaines personnes du sexe niet had kunnen afleren).


   Deze twee artikels vormen een mooi geheel (en sluiten mooi aan bij onze twee vorige over het verbod op dansen en de begijnen die dat al eens negeerden): vrouwen moesten maar voor kinderen zorgen en mannen moesten met hun pollen van de vrouwen (en de drank) blijven, dat gold ook voor religieuzen.